Historie Hofstede Batestein

In 1852 bouwde Cornelis Bredius de hofstede Batestein. De hofstede werd gebouwd op de gronden die zijn vader en hijzelf vanaf 1824 hadden verworven, net buiten de toenmalige stadswallen van Woerden. De hofstede was destijds toegankelijk via een toegangsweg vanaf de Oudelandseweg. Die weg voerde rechtstreeks naar de hofstede. kaart omgevind hoeveDe toenmalige toegangsweg was een andere weg dan het huidige fietspad via de poort.
Aan de Oudelandseweg stond, bij de toegangsweg van destijds, een koetshuis dat in de vorige eeuw is gesloopt.
Naast de hofstede stonden op het erf een zomerhuis, een wagenschuur, een varkenskot en een hooischelf. De eerste drie gebouwen staan er nog altijd.

 

Vroeg-neogotisch
De hofstede is gebouwd in de zogenaamde vroeg-neogotische stijl. Deze stijl werd in die periode wel vaker toegepast bij boerderijen in de streek in en rond Woerden. Voorbeelden van deze stijl zijn de boerderij in het zogenaamde Bos van Barten en de boerderij langs de weg naar Kamerik.
Ook het voormalig koetshuis, dat gelegen was aan het begin van de toegangslaan aan de Oudelandseweg, was gebouwd in vroeg-neogotische stijl. Het koetshuis, in 1857 gebouwd, moest in 1971 worden afgebroken om ruimte te maken voor de verbreding van de Oudelandseweg.oude foto hofstede Batestein
De wagenschuur annex zomerhuis, nu als ‘Brediusschuur’ in gebruik, is in dezelfde stijl gebouwd als de hofstede. Hofstede en schuur zijn oorspronkelijk gebouwd onder een rieten zadeldak, met een glad gepleisterde donkere plint en ruw gepleisterde (rietgeslagen) witte gevels. Het dak van de schuur is rond 1893 vervangen door een pannendak.
De grote spitsboog in de voorgevel van de hofstede, met de eerste steen als sluitsteen, is met pilasters en consoles geconstrueerd. De pilasters zijn uitgevoerd in schoonmetselwerk. Dat geldt ook voor de spitsboogvormige vensterbekroningen. De voorgevel is symmetrisch ingedeeld met in het midden, binnen de grote boog, een groot spitsboogvormig roedenschuifvenster. Aan beide zijden wordt dat geflankeerd door een kleiner schuifvenster met een spitsboogvormig bovenlicht. In de geveltop is een rond vensterraam geplaatst. In de zijgevels zijn in het staldeel ook spitsboogvormige ramen aangebracht. De daklijst is voorzien van gesneden windveren.

Zomerverhuizing
De hofstede is van het zogenaamde langhuis-type. Het woongedeelte en het stalgedeelte zijn zonder overgang aaneen gebouwd. De stal is een zogenaamde Hollandse grupstal. Er was ruimte voor zestien koeien. De koeien stonden met de koppen naar het midden. In de achtergevel zijn drie deuren aangebracht. De middendeur was voor de aanvoer van hooi en de zijdeuren werden gebruikt voor de afvoer van melk en gier.
De hofstede werd bewoond door de boer die verantwoordelijk was voor de dagelijkse bedrijfsvoering op het landgoed. De schuur diende als wagenschuur en als zomerhuis.
In de zomermaanden betrok de familie Bredius de hofstede en dan moest de boer tijdelijk verhuizen van de hofstede naar het zomerhuis in de schuur.
Bij de bouw in 1852 was er nog geen sprake van een aanbouw aan de linker voorzijde. Deze aanbouw is veertig jaar later, in 1892, gerealiseerd.plattegrond hofstede 1852 en 1892

Boerenbedrijf
Aanvankelijk vonden op het landgoed alleen landbouw en veeteelt plaats, maar rond het jaar 1880 kwam er ook groenteteelt en vooral fruitteelt op gang.
Na de dood van Cornelis Jan Bredius in 1873 ging het landgoed met de hofstede over op zijn zoons Arnoldus Anthonie en Jacobus. In twintig jaar tijd was het landgoed een boerenbedrijf geworden waar veeteelt, fruitteelt, zuivelproductie, aardappelteelt en gras- en houtverkoop voor de inkomsten zorgden.
De twee broers runden samen het bedrijf, waarbij zij de taken verdeelden. De broers Bredius woonden zelf niet op het landgoed. Het boerenbedrijf werd in de praktijk gerund door zetboer Bos, die de hofstede bewoonde.
Pas in 1947 vestigde zich weer een Bredius op de hofstede. Het was Arnoldus Anthonie, een achterkleinzoon van Cornelis Jan Bredius, die als landbouweconoom de leiding van het bedrijf op zich nam.

Onteigening
Aan het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw ontwierp de gemeente Woerden het ‘uitbreidingsplan Bredius’. De intentie was om op het gebied van het landgoed en de hofstede woningen te gaan bouwen. In 1956 startte de gemeente Woerden een onteigeningsproces. In 1957 ontruimde Arnoldus Anthonie de hofstede en vanaf 1970 werden hofstede en bijgebouwen eigendom van de gemeente Woerden.
Na de onteigening van het landgoed deed de hofstede een aantal jaren dienst als woonhuis voor gemeenteambtenaren.
In juni 1977 zijn hofstede en schuur tot rijksmonument verklaard en ingeschreven in het nationaal Monumentenregister.
Villa Rijnoord viel buiten de onteigening. Dit woonhuis bleef daarmee in handen van de familie Bredius.

Particuliere bewoning
In 1997 heeft de gemeente de hofstede (zonder schuur) weer verkocht aan een particulier. De toenmalige eigenaar heeft de hofstede in 2003 zeer grondig verbouwd. Daarbij bleef van de oorspronkelijke indeling nagenoeg niets over. Alleen de woonkamer, de opkamer en de daaronder liggende kelder zijn nog aanwezig. Ook van het verdere oorspronkelijke interieur resteert nagenoeg niets.
De schuur bleef in handen van de gemeente. Vanaf 1996 worden beheer en exploitatie van de ‘Brediusschuur’ verzorgd door de stichting InBredius. In de schuur worden regelmatig tentoonstellingen over natuur en milieu georganiseerd. Het milieu educatiecentrum (NME) is in de schuur gevestigd. Ook is de schuur het thuishonk van IVN en KNNV.
De kapitale villa Rijnoord, gebouwd in 1863, ligt bij de ingang van het landgoed direct aan de Oudelandseweg. Cornelis Jan Bredius woonde er tot zijn overlijden. Na zijn dood werd het pand tot 1883 bewoond door een ongetrouwde dochter van het echtpaar Bredius. Sinds 1883 wordt de villa verhuurd aan particulieren.

Uitgebrand
Op 30 maart 2008 is de hofstede grotendeels in de as gelegd als gevolg van brand in de rieten kap. De toenmalige eigenaar was niet bereid de hofstede te restaureren.
De gemeente Woerden heeft uiteindelijk in de tweede helft van 2015 de hofstede, althans dat wat er van over was, weer in eigendom kunnen verkrijgen. Dat sloot ook aan bij de activiteiten van de Stichting Landgoed Bredius, met als doelstelling de kwaliteit van het landgoed te verbeteren.
De uitgebrande boerderij is als een rotte kies in het landgoed. Voor een volledig geslaagde facelift van het landgoed is ook de restauratie van de hofstede noodzakelijk.

hoeve vóór de brand

Hofstede Batestein vóór de brand

hoeve ná de brand

Hofstede Batestein ná de brand

Meer informatie over Landgoed Bredius.