Eén van de blauwe atlasceders aan de vijver is zwaar beschadigd en kreeg een basttransplantatie. Boomverzorger Melvin Gischler vertelt hoe dit in zijn werk gaat.

Driekwart van de buitenste lagen van de boom zijn eraf. Doordat de boom verwond is, wordt het transport van voeding verstoord en als hier niets aan gebeurt, dreigt de boom te sterven. Bij een basttransplantatie worden er aan de buitenkant van de boom bruggen aangelegd, waardoor de voedingsstoffen weer kunnen stromen: omhoog naar de bladeren en omlaag naar de wortels.

Tussen de schors en het spinthout (het buitenste deel van de kern van de boom) zit een dunne laag cambium, waarin de celdeling plaatsvindt.
Bij de transplantatie wordt een stukje bast met cambium en spinthoutrandje teruggeplaatst op de aangetaste plek.

De boomverzorger haalt enkele takken met een gezonde bast en cambium uit de boom (2).

De stukjes bast met cambium worden geplaatst, boven de wortelaanzetten, want daar komt het meeste vocht naar boven, als de connectie slaagt. Op meerdere plekken worden op het aangetaste stuk cambiumbruggen gemaakt (3).
Aan de boven- en de onderkant staat de bast iets open, om het getransplanteerde hout goed te laten aansluiten. De celdeling wordt gestimuleerd met stekpoeder. Dat bevordert de vergroeiing.

De boom wordt ingepakt met sphagnum. Dit is veenmos, dat het vocht goed vasthoudt (4).
Vervolgens folie, dat ongeveer een half jaar blijft zitten. Dan wordt de boom voorzichtig uitgepakt en kunnen we zien wat er is ontstaan (5).