Frans Rolvink lucht zijn hart. “Als geboren en getogen  Utrechter met “gragtewatur” in zijn aderen voel ik me toch bijzonder verbonden met Woerden, sinds 1990 mijn woonplaats.
Daarom vind ik het heerlijk om als vrijwilliger me een beetje nuttig te maken voor de stad, door iedere maandag op het landgoed Bredius mijn ronde te doen om zwerfvuil op te ruimen. Een heerlijk begin van de week met uit en thuis een rondje van 6 kilometer.
Zwerfvuil, eigenlijk gewoon weggegooide troep van mensen die niet nadenken. Aan variatie geen gebrek. Fietswrakken, soms een gestolen en daarna weggegooide goede fiets, pallets, bierblikjes en soms blikjes bier, een fles wijn, lege flessen, lachgaspatronen en natuurlijk het gewone zwerfvuil. Ik heb inmiddels een aardig fotoalbum gevuld met foto’s van troep.

Over het algemeen maak ik me niet gauw kwaad maar soms sta ik op ontploffen. Zo vond ik een keer een vracht weggegooide folders. Dat was makkelijk verdiend voor de bezorger maar ik moest een kruiwagen lenen bij Kukele-Boe om het allemaal af te voeren naar de Brediusschuur. Ook de restanten van een barbecue maakten me niet blij. Vier grijze plasticzakken heb ik gevuld met de restanten van  de barbecue, bordjes, schalen enz. Ze hadden zelfs nog geprobeerd om het zootje in de fik te steken. Jammer genoeg stond er geen naamkaartje bij. Ook drankflessen behoren vaak tot de buit. Nou is een fles niet zo erg, maar als ze de flessen ook nog even kapot gooien ben je wel weer even bezig. Wiet-zakjes kom ik veel tegen, evenals aanstekers. En als er ergens een aansteker ligt dan vind je ook zilverpapier in de buurt. Naalden heb ik gelukkig nog nooit aangetroffen en slechts een enkele keer vond ik restanten van seksuele activiteiten.
Kortom, variatie genoeg en ik vermoed dat ik nog wel een paar jaar door kan gaan met mijn wekelijkse ronde.

Ik heb inmiddels ruim 250 keer mijn ronde gelopen en als ik mijn ergernis over de troep even opzij zet dan geniet ik van elke minuut op het landgoed. Dat betekent dat zolang ik het aankan, je me nog vaak zal aantreffen in het Bredius.”